Wedstrijdreglement

HOOFDSTUK 1

 

Algemeen

 

–  De 5e Rijswijkse jeugdmeerdaagse georganiseerd door RWV de Spartaan is een (inter)nationale driedaagse wedstrijd voor jeugdwielrenners, hierna te noemen meerdaagse

 

–  Op de tijdens de meerdaagse te verrijden wedstrijden zijn van toepassing het wedstrijd technisch reglement en het Reglement jeugdwielrennen van de KNWU

 

– Tijdens de meerdaagse berusten de licenties van alle deelnemers bij het wedstrijdsecretariaat.

 

 

HOOFDSTUK 2

 

–Wedstrijden

 

  1. Tijdens de meerdaagse worden de volgende wedstrijdonderdelen verreden:

 

  1. Proloog
  2. Ploegentijdrit (maximaal 3 renners, alleen voor Nieuweling-jongens)
  3. Puntenkoers
  4. Criterium
  5. Tijdrit
  6. Omloop

 

 

De ploegentijdrit wordt verreden over een afstand van 1200m. De van tijd 2de renner is de geldende tijd. Deze tijd geldt voor alle renners in de ploeg in het algemeen klassement.

In geval van pech:

  • Bereikt maar 1 renner de finish, dan geldt een straftijd van 30 seconden voor de hele ploeg.
  • Bereikt niemand de finish, dan geldt een straftijd van 30 seconden t.o.v. de laatst geklasseerde ploeg.
  • Elke renner wordt geklaseerd en mag de volgende etappe weer starten.

De puntenkoers van vrijdagavond wordt verreden over 8 ronden. Er zijn 3 sprints (blauwe trui). Voor de nieuwelingen-heren zal één afgevaardigde van elk team de puntenkoers rijden, welke door de ploegen zelf bepaald mag worden.

 

Voor deze onderdelen gelden in principe de omschrijvingen en bepalingen in het wedstrijd technisch re-glement de KNWU, met dien verstande dat de organiserende vereniging in verband met klassementen en locatie enige afwijkingen kan aanbrengen in overleg met de jury.

 

  1. Protesten kunnen worden ingediend bij de jury. Jeugdwielrenners kunnen slechts protesteren via hun begeleider. Protesten dienen te worden ingediend:

 

  1. Betreffende onregelmatigheden tijdens de wedstrijd : binnen 15 minuten na aankomst.

 

  1. Betreffende klasseringen: binnen 30 minuten na de officieuze bekendmaking van de uitslag.

 

 

  1. De startvolgorde bij de diverse onderdelen is als volgt:

 

  1. Proloog: In volgorde van rugnummer. (laagste nummer per categorie als eerste)

 

  1. Ploegentijdrit : In omgekeerde volgorde op basis van de 1e renner per ploeg in de proloog. Waarbij de ploeg van de winnaar dus als laatste zal starten.
  2. Puntenkoers : Door middel van loting.
  3. Criterium : Op aangeven van jury, stellen houders van leiderstruien als eerste op.
  4. Individuele tijdrit : in omgekeerde volgorde van het algemeen klassement
  5. Omloop : Op aangeven van jury, stellen houders van leiderstruien als eerste op.

De in het programma vermelde starttijden per categorie zijn richttijden. Renners dienen minstens 20 minuten voor de vermelde aanvangstijd in de omgeving van de start aanwezig zijn.

 

 

HOOFDSTUK 2

 

  1. Tijdens de tijdritten mogen slechts daadwerkelijk gestarte renners zich met fiets tussen start en finish bevinden. Het meerijden door begeleiders, ouders of anderszins gerelateerd aan de renner zijnde personen is niet toegestaan. Er kan een herstart toegekend worden bij ongeval of materiaaldefect, een verzoek hiertoe dient ingediend te worden bij de KNWU-jury, die hierover beslist.

 

Toegestaan materiaal in de tijdrit.

Wij volgen hierbij het KNWU-reglement, let op: voor Nieuwelingen zijn de regels in 2018 verandert:

 

MATERIAAL JEUGD EN NIEUWELINGEN

JEUGD Met ingang van het seizoen 2016 werden in tijdritten alle soorten goedgekeurde helmen toegestaan, dus ook een z.g. tijdrithelm voor alle jeugdcategorieën en Nieuwelingen (M/V). Dit zal in 2018 worden gecontinueerd. Zie voor de goedkeuringsnorm artikel N 1.3.031.01. Ingevolge artikel 20.2.010 mag uitsluitend op een traditionele/conventionele fiets en materiaal worden gereden zonder opzetsturen, dichte wielen etc. Een specifieke tijdritfiets is niet toegestaan. Voor alle duidelijkheid wordt in artikel 1.3.018 het wiel omschreven. Deze dient minimaal 12 spaken te hebben.

 

NIEUWELINGEN (M/V) Voor het wegseizoen 2018 e.v. zal onderstaande maatregel van kracht zijn.

 

De z.g. specifieke tijdritfietsen en tijdrit materiaal voor nieuwelingen (M/V) is niet toegestaan tijdens wedstrijden en/of trainingen. De Nieuwelingen en Nieuweling-meisjes dienen op een traditionele/conventionele fiets en materiaal te rijden in tijdritten.  Met ingang van 2018 betekent dit dat voor het gebruik van tijdritmateriaal voor Nieuwelingen en Nieuwelingmeisjes er geen afwijking meer van de regel wordt toegestaan. Dat wil zeggen dat uitsluitend op een traditionele/conventionele fiets en materiaal mag worden gereden zonder opzetstuur, dichte wielen, etc. Een specifieke tijdritfiets is dus niet toegestaan! Voor alle duidelijkheid wordt in Titel 1, artikel 1.1.018 het wiel omschreven. Deze dient minimaal 12 spaken te hebben. Voor de volledigheid: goedgekeurde z.g. tijdrithelmen zijn normaal toegestaan tijdens tijdritten. Zie ook artikel N 1.3.031.01 betreffende de veiligheidsnorm. De afwijkende maatregel in artikel N 1.3.023.01 (Titel 1) zal hierop worden aangepast

 

  1. Materiaal en verzetten

 

Jeugd:

 

Verzetcontrole vindt plaats voor aanvang van de wedstrijden of steekproefsgewijs na de wedstrijd op aanwijzing van de jury.

 

Materiaalverzorging:

 

Voor categorie 1 t/m 4 is materiaalverzorging NIET toegestaan

 

Voor categorie 5 t/m 7:

 

  1. Proloog/ploegentijdrit: tijdens de proloog van vrijdag in geval van erkend defect/ val is herstart mogelijk. De KNWU- jury zal hierover besluiten.

 

  1. Criterium / puntenkoers: tijdens de criterium ter hoogte van de jurywagens

 

  1. Tijdrit: Er wordt geen materiaalpost ingericht.
  2. Omloop : Enkel vanuit de meerijdende neutrale materiaalwagens. Hiertoe is iedere deelnemer van categorie 5,6,7, nieuwelingen-dames en nieuwelingen-heren verplicht een deugdelijk voor- of achterwiel in te leveren op zaterdag 30 juni tussen 11.00 en 15.00 uur. Even rugnummers een voorwiel en oneven rugnummers een achterwiel.

Voor categorie 1 t/m 4 zal er wel neutrale wagen en bezemwagen meerijden, maar dit dient alleen om renners met pech naar de finish te vervoeren, zij mogen geen vervangend materiaal toegediend worden.

 

  1. Bij alle wedstrijdonderdelen zal naast de visuele en videofinish registratie tevens een registratie van de uitslag(en) middels chip/transponder plaatsvinden. Het volgens voorschrift van de KNWU plaatsen van een transponder op de fiets is derhalve verplicht. Geen transponder betekent startverbod.

 

  1. Renners die door te grote achterstand uit de wedstrijd genomen worden, alsmede door materiaalpech de wedstrijd niet uitrijden, krijgen de tijd van de laatste renner die de etappe uitrijdt vermeerderd met 5 minuten. Renners die, in welke etappe dan ook, niet starten, krijgen de tijd van de laatste renners die de etappe uitrijdt vermeerderd met 10 minuten. Jury bepaalt in overleg met de politie hoe groot de achterstand mag zijn tijdens de omloop.

 

HOOFDSTUK 3

 

– Klassementen (Op Tijd)

 

  1. Gedurende de meerdaagse worden een vijftal klassementen bijgehouden: a. Algemeen klassement jongen – gele trui
  2. Algemeen klassement meisje – roze trui

 

  1. Tussensprint klassement – blauwe trui d. Tijdrit klassement – witte trui

 

  1. Ploegenklassement

 

 

Wanneer een renner leider is in meerdere klassementen wordt hem/haar de hoogste trui in de volgorde uitgereikt. ( Volgorde a-b-c-d) De als tweede geklasseerde renner in het volgende klassement wordt dan drager van deze trui. Het dragen van de leiderstrui is verplicht. Ontheffing wordt slechts verleend indien tijdens een tijdrit aerodynamische kleding wordt gedragen. De uitgereikte truien worden eigendom van de drager van het desbetreffende klassement.

 

  1. Klassement algemeen meisje ( roze trui) /jongen ( gele trui) Per wedstrijdonderdeel wordt van alle ren-ners, die reglementair gefinisht c.q. geklasseerd zijn, een klassement op tijd gemaakt. Voor de jongens en meisjes wordt in de einduitslag een apart klassement opgemaakt. Echter rijden ze wel in een gezamenlijke wedstrijd. De dagprijzen gelden voor de uitslag van de dag gezamenlijk. Indien in een etappe een renner geen contact meer heeft met zijn voorganger (minimale ter grootte van een fietslengte) zal hij/zij, met zijn/ haar eigen gereden tijd geklasseerd worden. Het algemeen klassement wordt dagelijks opgemaakt aan de hand van de totaal verreden tijd. Tijdens de eindsprint van het criterium en omloop zijn er bonificatie seconden te verdienen, t.w. 5,4,3,2,1 seconden voor de eerst aankomende meisje en 5,4,3,2,1 seconden voor de eerst aankomende jongen. Bij de(ploegen) tijdritten, alsmede de puntenkoers ( categorie 5,6 ,7, nieuwelingen heren en dames) zijn geen bonificaties te verdienen. Indien er na 3 dagen een gelijke stand ontstaat geldt is de langste tijdrit doorslaggevend, hierna de proloog.

 

  1. Sprint(tussen) Klassement (blauwe trui) Tijdens de puntenkoers (categorie 5,6,7, nieuwelingen heren en dames), welke gereden wordt over 8 ronden, zijn 3 sprints te verrijden. Tijdens de criteriums worden een aantal puntensprints aangekondigd. Voor de categorie 1 t/m 4 maximaal 2 sprints en voor de categorie 5 t/ m7 maximaal 3 sprints, Categorie 7 en Nieuweling Dames maximaal 4 sprints en voor de Nieuweling Heren maximaal 6 sprints.

Het puntenschema is 10-7-5-4-3-2-1. Aan de hand van deze tussensprints wordt een klassement opgemaakt. Ingeval van gelijkheid van punten is de laatste sprint beslissend. Dit klassement is voor meisjes en jongens gelijk, dus niet afzonderlijk.

 

  1. Tijdrit Klassement ( witte trui) Bij dit klassement worden de tijden van de proloog en de tijdrit bij elkaar opgeteld. Diegene die de kortste tijd heeft , is leider van dit klassement. Dit klassement is voor meisjes en jongens gelijk, dus niet afzonderlijk. Bij gelijke stand totaaltijd is de langste tijdrit doorslaggevend.

 

5.Verenigingsklassement Renners scoren slechts voor het ploegenklassement indien zij zich klasseren bij de eerste 10. Per categorie scoort in eerste instantie slechts de hoogst geklasseerde renner per vereniging. Als bovenstaande regels zijn toegepast en er nog punten te verdelen zijn, kan een tweede renner van een vereniging scoren. Deze laatste regel wordt alleen toegepast als er minimaal 20 renners in een categorie zijn gestart. Voor het ploegenklassement kan men respectievelijk 10-8-6-4-2-1 punt per wedstrijdonderdeel scoren. Ingeval van gelijkheid van punten is de laatste wedstrijd van dit evenement beslissend. Indien nog gelijke stand, gelden de aantal overwinningen, gevolgd door 2e plaatsen etc.

 

6.Ploegenklassement Bij de nieuweling-heren wordt een ploegenklassement opgesteld op basis van tijd; per dag tellen de tijden van de 2 beste renners mee. De aldus verkregen totalen per dag bepalen het eindklassement. Hiervoor zijn 3 ereprijzen ter beschikking.

 

 

HOOFDSTUK 4

 

– Rugnummers Het verkleinen van de rugnummers is niet toegestaan op straffe van strafseconden (10 seconden). Het niet goed zichtbaar c.q. niet aan de juiste zijde dragen van het rugnummer, kan tot gevolg hebben dat de renner/ster niet geklasseerd wordt.

 

De Nieuwelingen Heren zijn verplicht om met kaderplaatsjes te rijden.

 

 

HOOFDSTUK 5

 

– Prijzenschema Dagprijzen Eindprijzen Dagprijzen 1:4

 

Algemeen klassement meisjes 1:3 Algemeen klassement jongens 1:3

Sprint(tussen) klassement eerste3

Tijdrit klassement eerste 3 Ploegenklassement eerste 5

 

Bij de inschrijving voor de ploegentijdrit zal het aantal bekend gemaakt worden. Alle dagprijzen worden bij de huldiging van de desbetreffende etappe uitgereikt.

 

 

Eindprijzen Nieuwelingen (Jongens & Meisjes)

 

  Algemeen Klassement Punten Klassement Tijdrit Klassement Strijdlustigste ren(st)(n)er (1)
1 €50 €40 €40 €100
2 €45 €30 €30  
3 €40 €20 €20  
4 €35 €10 €10  
5 €30      
6 €30      
7 €25      
8 €25      
9 €20      
10 €20      
11 €20      
12 €15      
13 €15      
14 €15      
15 €10      
16 €10      
17 €10      
18 €5      
19 €5      
20 €5      
Totaal €430 €100 €100 €100

 

(1)  Wordt bepaald door de KNWU-jury, over de gehele meerdaagse.